Pensioen opbouw ouderdomspensioen

Hieronder kunt u uitgebreide informatie vinden over de opbouw van het ouderdomspensioen.

Uw oudedagspensioen is opgebouwd uit drie pijlers:

  1. AOW (overheidsdeel)
  2. Pensioen opgebouwd via de werkgever
  3. Privé-voorzieningen (aanvullende regelingen)

AOW (overheidsdeel)

De AOW is een collectief basispensioen, beschikbaar voor elke Nederlander vanaf 65 jaar en vormt de basis van uw oudedagsvoorziening. De AOW is inkomensonafhankelijk, maar wel afhankelijk van het aantal jaren dat iemand in Nederland heeft gewoond. U heeft recht op een volledig AOW-pensioen als u van hun 15e tot 65e levensjaar verzekerd bent geweest. Voor ieder jaar dat u in die periode verzekerd bent geweest, bouwt u het AOW-pensioen met 2% op. Voor ieder jaar dat u niet verzekerd was, bijvoorbeeld door verblijf of werk in het buitenland, wordt in principe 2% op de AOW-uitkering gekort. Overigens is het sinds 1 januari 2001 mogelijk om AOW vrijwillig bij te verzekeren bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Zou uw inkomen vanwege een onvolledige AOW-verzekering en een gebrek aan andere inkomensbronnen onder het bestaansminimum uitkomen, dan heeft u recht op Bijstand.

Hoogte AOW

De AOW is een vast bedrag dat maandelijks wordt uitbetaald, maar de hoogte van het bedrag dat u aan AOW ontvangt hangt af van uw persoonlijke situatie. De bedragen variëren voor:
  • Alleenstaanden

    De AOW voor alleenstaanden bedraagt per maand ongeveer 70% van het nettominimumloon. Het pensioen voor alleenstaanden bedraagt € 930,17 bruto per maand. Daarbij komt € 46,20 bruto per maand aan vakantietoeslag. (Bedragen per 1 mei 2005, per 1 juli 2005 ongewijzigd.) De vakantietoeslag wordt in mei uitbetaald.

  • Eenoudergezinnen

    De AOW voor een alleenstaande ouder bedraagt per maand ongeveer 90% van het minimumloon. Alleenstaande ouder bent u als u een kind heeft onder de 18 jaar voor wie u kinderbijslag ontvangt en dat niet tot het huishouden van iemand anders behoort. Het pensioen voor alleenstaande ouders bedraagt € 1149,32 bruto per maand. Daarbij komt € 59,41 bruto vakantietoeslag per maand. (Bedragen per 1 mei 2005, per 1 juli 2005 ongewijzigd.) De vakantietoeslag wordt in mei uitbetaald.

  • Gehuwden (ook geregistreerde partners en samenwonenden)

    De AOW voor gehuwden bedraagt per maand ongeveer 50% van het minimumloon. Mensen die een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan en ongehuwden die een gezamenlijke huishouding met iemand anders voeren worden gelijkgesteld met gehuwden. U voert een gezamenlijke huishouding als u met één andere meerderjarige persoon anders dan uw kind een woning deelt en allebei een bijdrage levert in de kosten van de gezamenlijke huishouding of op andere wijze voor elkaar zorgt. Het pensioen voor een paar samen bedraagt € 1269,06 bruto per maand. Als u en uw partner beiden 65 jaar of ouder zijn, krijgt u dus samen een AOW-uitkering van 100% van het netto minimumloon. De vakantietoeslag is € 66,02 bruto per maand. (Bedragen per 1 mei 2005, per 1 juli 2005 ongewijzigd.) De vakantietoeslag wordt in mei uitbetaald.

Partnertoeslag

Als u 65 wordt en u bent getrouwd of woont samen met een partner die nog geen 65 is, dan ontvangt u maar de helft van de AOW (50 % van het minimumloon), waardoor uw gezamenlijk inkomen tijdelijk lager kan uitvallen. In dat geval kunt u momenteel in aanmerking komen voor een partnertoeslag. De hoogte van deze AOW-toeslag is afhankelijk van het inkomen van uw partner en bedraagt maximaal 50% van het netto minimumloon.

Maar let op! Vanaf 2015 wordt de AOW-toeslag afgeschaft.

Dit betekent dat, als u geboren bent na 01 januari 1950 en u heeft een jongere partner, u geen recht meer heeft op de AOW-toeslag als u 65 jaar wordt. Of uw partner wel of geen inkomen geniet, doet niet terzake. U krijgt dan maar 50% AOW tot het moment dat ook uw partner 65 wordt. Het wegvallen van deze toeslag wordt het AOW-gat of AOW-hiaat genoemd. Uw totale pensioen kan daardoor op de pensioendatum fors tegenvallen. Uw maximale tekort bedraagt € 7.500 bruto per jaar (bedragen per 1-1-2002). Voor mensen die op dit moment een partnertoeslag ontvangen, verandert er niets. En ook als u vóór 1 januari 1950 bent geboren, wordt de toeslag gewoon uitgekeerd tot de jongste partner 65 jaar wordt en zelf AOW ontvangt.

Uitvoerende instantie

De AOW wordt uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de hoogte ervan is gekoppeld aan het minimumloon. Een AOW-pensioen is dus een inkomen op minimumniveau. Gelukkig kunnen de meeste mensen voor hun oudedagsvoorziening rekenen op inkomsten door het opgebouwde pensioen via de werkgever of door eigen aanvullingen. De AOW wordt grotendeels gefinancierd volgens het zo geheten omslagstelsel. Dat betekent dat de werkende bevolking tot 65 betaalt voor degenen die 65 jaar en ouder zijn. Om te voorkomen dat de AOW vanwege de vergrijzing onbetaalbaar zou worden, is in 1996 een AOW-fonds opgericht. De overheid stort jaarlijks bijdragen in dit fonds. Op deze manier wordt gespaard voor de toekomstige lastenstijging de AOW. AOW moet u aanvragen. Zes maanden voor uw 65e verjaardag krijgt u automatisch een aanvraagformulier van de Sociale Verzekeringsbank.

Toekomst AOW

Door de vergrijzing van de bevolking, zullen er binnenkort meer 65+ers zijn dan werkenden. De AOW in haar huidige vorm zal dan waarschijnlijk niet meer te betalen zijn. In kranten en in de politiek wordt dan ook gespeculeerd over (gedeeltelijke) afschaffing van de AOW. Er zijn verschillende scenario’s voor beperking van de AOW in de toekomst:
  • loslaten van de koppeling van de hoogte van de AOW aan het minimumloon
  • beperken / opheffen van de indexering van de AOW
  • beperking van de AOW tot 65+ers die geen andere pensioenvoorziening hebben
  • verhogen van de pensioenleeftijd tot 67 jaar
  • afschaffen van de AOW
Meer weten over uw AOW? Maak vandaag nog een afspraak met onze financiële coach.

Terug naar boven

Pensioen opgebouwd via de werkgever

De tweede pijler bestaat uit het ouderdomspensioen dat via de werkgever wordt opgebouwd. In Nederland bouwt bijna iedereen die in loondienst is een oudedagspensioen op via de werkgever als aanvulling op de AOW die u van de overheid krijgt. Het is de bedoeling dat de AOW en het pensioen opgebouwd via de werkgever samen een inkomen geven op 65 jarige leeftijd van 70% van het laatstverdiende of gemiddelde bruto salaris. Uitgangspunt hierbij is dat u dan vanaf uw 25e tot uw 65e jaarlijks 1,75% van uw bruto salaris als premie aan uw pensioenfonds betaalt. Na 40 jaar werken ontvangt u 40 x 1,75% = 70% van uw bruto salaris (inclusief de ingebouwde AOW). Bij de bepaling van de hoogte van het werkgeverspensioen wordt dus rekening gehouden met de AOW.

AOW franchise

Uw pensioenfonds houdt er rekening mee dat u vanaf uw 65e AOW ontvangt. Daarom bouwt u geen pensioen op over uw hele salaris, maar wordt de verwachte uitkering van de AOW op voorhand van uw salaris afgetrokken, de zogenaamde AOW-franchise.
Het laatst genoten jaarsalaris (eindloonregeling) of gemiddelde salaris (middelloonregeling) minus de AOW franchise heet de pensioengrondslag. Van deze pensioengrondslag wordt dus uitgegaan bij de opbouw van uw pensioen via de werkgever.

De hoogte van de AOW-franchise verschilt per pensioenregeling. De ene regeling gaat uit van de AOW voor een alleenstaande, de andere pensioenregeling van de AOW voor gehuwden of samenwonenden. Daardoor is het moeilijk de diverse pensioenregelingen met elkaar te vergelijken. Hoe hoger deze AOW-franchise, des te minder pensioen u opbouwt. In plaats van een AOW-franchise kan er ook op een andere wijze met de AOW rekening gehouden worden.

Hoeveel pensioen bouwt u op?

Hoeveel pensioen u opbouwt via de werkgever is in principe afhankelijk van het aantal jaren dat u voor die werkgever werkt, de hoogte van uw salaris en het soort pensioenregeling waarbij de volgende regelingen van toepassing kunnen zijn:
  • Eindloonregeling

  • Bij de eindloonregeling is uw pensioen gebaseerd op 70% van uw laatstverdiende bruto salaris (inclusief de ingebouwde AOW). Het maakt dan niet uit hoeveel u in voorgaande jaren heeft verdiend. Dit is vooral gunstig indien u tijdens uw loopbaan flinke salarissprongen maakt. U bouwt met terugwerkende kracht een hoog pensioen op, ook over de jaren dat u minder verdiende.

  • Middelloonregeling
  • Steeds meer pensioenfondsen stappen over op de middelloonregeling waarbij uw pensioen is gebaseerd op 70 procent van uw gemiddelde bruto salaris gedurende uw loopbaan (inclusief de ingebouwde AOW). Dit kan leiden tot een aanzienlijk lager pensioen omdat u over het algemeen op de top van uw inkomen zit vlak voordat u met pensioen gaat. Daarna zakt u dus een heel eind terug.

  • Beschikbare premieregeling
  • Het pensioen is uitsluitend afhankelijk van de opbrengst van de premies die ieder jaar door uw werkgever en u worden betaald. Nadeel van deze regeling is dat er geen waardevast element is zit en u niet weet wat u aan het einde van de looptijd zal krijgen aan pensioen.

  • Beperkte eindloonregeling
  • Hierbij is er een afspraak waarbij de salarisstijgingen van bijvoorbeeld de laatste 5 jaar niet meer worden meegenomen in de hoogte van het werkgeverspensioen.

  • Combinatie van eindloon en middelloon
  • Bij deze regeling gaat uw pensioen, als u een bepaalde leeftijd bereikt, over van een eindloonregeling in middelloonregeling.


U kunt bij uw pensioenfonds opvragen welke pensioenregeling binnen uw bedrijf geldt.

Het pensioenfonds

Uw werkgever brengt de pensioenregeling die u heeft lopen onder bij een bedrijfstakpensioenfonds, een ondernemingspensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij die pensioenpremies ontvangen van uw werkgever en eventueel van u, via inhouding door uw werkgever.
Het verschil tussen een ondernemingspensioenfonds en een bedrijfstakpensioenfonds is dat een bedrijfstakpensioenfonds een pensioenregeling uitvoert voor een gehele bedrijfstak of enkele bedrijfstakken (slagers, metaal, bouw, zorg, overheid etc.) en een ondernemingspensioenfonds verbonden is aan één of enkele ondernemingen (Philips, KLM etc.).

De pensioenpremies worden gedeeltelijk door de werkgever betaald en gedeeltelijk op het (bruto) salaris van de werknemer ingehouden.

Een werkgever is wettelijk niet verplicht om een pensioenregeling voor zijn werknemers te hebben. Als werknemer kunt u er dus niet zonder meer van uitgaan dat u via uw werk een pensioen opbouwt. Of dat gebeurt, kunt u het beste navragen bij uw werkgever.

In de bedrijfstakken waar deelnemen in een pensioenfonds niet verplicht is, bieden sommige werkgevers de mogelijkheid het pensioen op individuele basis bij een verzekeringsmaatschappij onder te brengen. De werkgever en werknemer storten dan maandelijks een overeengekomen bedrag.

Maakt een bedrijf deel uit van een bedrijfstak waarvoor een verplichte bedrijfstakpensioenregeling geldt, dan moet het uiteraard wel een pensioenregeling voor zijn werknemers hebben. Dat geldt bijvoorbeeld voor grote bedrijfstakken als de bouw, de metaal, de overheid en de gezondheidszorg. Maar ook voor kleinere sectoren zoals die van de bakkers, slagers en ook de landbouw.

Of de medewerkers bij een werkgever verplicht moeten deelnemen, hangt af van de beschikking die voor bepaalde bedrijfstakken (branches) is afgegeven. Vaak is ook in de CAO geregeld dat bedrijven en werknemers verplicht zijn aangesloten bij een pensioenfonds. Is binnen een bepaalde bedrijfstak een pensioenfonds verplicht gesteld, dan kan een werknemer die veranderd van werkgever binnen die bedrijfstak doorgaans bij hetzelfde pensioenfonds blijven.

Pensioenoverzicht

Pensioenfondsen zijn verplicht om u ieder jaar een overzicht te sturen waarop staat hoeveel pensioen u heeft opgebouwd. Daarnaast staat er meestal ook hoeveel u kunt verwachten wanneer u tot de pensioendatum bij dat pensioenfonds blijft.

Meer weten over uw pensioenopbouw via de werkgever? Maak vandaag nog een afspraak met onze financiële coach.



Terug naar boven

Privé-voorzieningen (aanvullende regelingen)

Hoewel 70% van het laatstverdiende salaris de norm is voor een goed pensioen, is dat voor veel mensen niet haalbaar met een AOW en pensioen via de werkgever alleen omdat ze bijvoorbeeld enkele malen van werkgever zijn veranderd, een tijdje niet gewerkt hebben of pas laat pensioen zijn gaan opbouwen. Ook is er een verschil tussen alleenstaanden en mensen met een partner. Maar uiteindelijk bepaalt u zelf hoeveel geld u voor later nodig heeft. Of dat nu meer of minder is dan 70% van uw laatstverdiende salaris. Misschien wilt u wel eerder stoppen met werken. Veel mensen treffen dan ook extra maatregelen om hun oudedagsvoorziening aan te vullen. Het is belangrijk dat u nagaat welke voorzieningen al voor u getroffen zijn en wat u in de toekomst voor uitgaven denkt te hebben. Aan de hand daarvan kunt u bepalen of het nodig is om zelf aanvullende voorzieningen te treffen.

U kunt uw pensioen op de volgende manieren aanvullen:

  • lijfrente verzekering
  • koopsompolis
  • spaargeld
  • beleggen
  • kapitaalverzekering
  • levensloopregeling
  • andere vormen van vermogen, zoals een eigen huis of bedrijf
Meer weten over de mogelijkheden om uw pensioen aan te vullen? Maak vandaag nog een afspraak met onze financiële coach.

Terug naar boven

Interessante links:

Pensioen onderwerpen